Het Grote Graaien is begonnen met het auteursrecht

Er is een apocrief verhaal waar de jonge W.A.F.Th. van der Heijden, aan de borrel in Schiller op het Rembrandtsplein in Amsterdam, op de vraag van een aantrekkelijke vrouw wie hij was en wat hij deed, antwoordde dat hij schrijver wilde worden om aldus rijk en beroemd te worden. Zij probeerde hem uit te leggen dan een andere beroepskeuze daarin wellicht kansrijker zou zijn, maar tien jaar later en enkele literatuurprijzen verder , moet worden vastgesteld dat dit hem  – ruimschoots – is gelukt.

Want dat is wat de kunst als geen andere loopbaan mogelijk maakt: het snel verwerven van zowel roem als rijkdom. Roem is het toppunt van erkenning en rijkdom het grootste vehikel tot vrijheid. Bij een verkoopprijs van € 24,50, een oplage van 100.000 en een royalty van 15% levert één boek de schrijver bijna € 400.000,- op. Dan hebben we het nog niet over de vele ego strelende radio- en televisieprogramma’s waarin je om een mening wordt gevraagd, omdat meningen van beroemdheden er – los van het onderwerp – nu eenmaal altijd net iets meer toe doen. En dan ben je alleen nog maar in Nederland beroemd. De echte gouden bergen komen in zicht voor degenen die het buitenland weten te bereiken. Daarom is – internationaal beroemd – popmuzikant of filmster worden nog net iets aantrekkelijker dan – Nederlands – schrijver.  Bij oplagecijfers boven de miljoen en meer dan 1 boek per jaar wordt het schrijverschap pas echt kassa!

Nu kan worden tegengeworpen dat dit slechts voor een zeer kleine minderheid geldt. Verreweg de meeste schrijvers, musici, componisten, dansers, filmers en beeldend kunstenaars werken voor een hongerloon. En dat is ook zo.  In de cao voor de dans staat dat een topdanser(es), die daar Grand Sujet heet, valt in een schaal tussen de € 3.500,- en € 4.200,- per maand bruto, vergelijkbaar met een goede timmerman of opticien. En dat is dan iemand die bij het halen van applaus apart mag opkomen en voor wie wij ook apart klappen.  Ook in de muziek wemelt het van de muzikanten die fantastisch kunnen spelen, maar al komen opdraven voor een onkostenvergoeding. De vakbonden publiceren daarom met enige regelmaat onderzoek (Ntb, ‘Pop, wat levert het op?’ www.ntb.net) waaruit blijkt hoe weinig de gemiddelde kunstenaar wel niet verdient.

Maar de paradox is dat de aantrekkingskracht van de kunst daardoor niet kleiner, maar juist groter wordt. Dat verklaart ook het succes van loterijen. Hoe klein de kans om te winnen ook zijn mag, hoe hoger het te winnen bedrag, des te aantrekkelijker is het voor mensen om mee te spelen.

Als je in de jaren vijftig een kind op 12 jarige leeftijd vroeg wat hij of zij wilde worden was het standaard antwoord: brandweerman, zuster of dokter. Degelijke model beroepen, gekenmerkt door een hoge mate van erkenning en waardering. Wie die vraag vandaag de dag aan een 12 jarige stelt krijgt tot antwoord: filmster,  model, TV presentator, popster, of natuurlijk voetballer. De aantrekkelijkheid van deze beroepen zit niet alleen in de combinatie van roem (=erkenning in het kwadraat) en rijkdom, maar – zeker zo belangrijk – in het idee dat je daar weinig voor hoeft te doen: een simpele en snelle weg naar voorspoed, en bovenal zonder schoolinspanning. Het enige wat je nodig hebt is (een beetje) talent en (een beetje) geluk. Goed kunnen zingen, een mooi figuur hebben, een keihard schot met het linkerbeen, natuurlijk moet er ook worden geoefend, maar met een beetje talent en geluk is die inspanning stukken minder dan een minimaal 15-jarige schoolloopbaan (5-20 jaar). Intelligentie (IQ of EQ) zijn natuurlijk ook voor een belangrijk deel aangeboren, maar elke middelbare schoolleerling weet dat de ontwikkeling daarvan knap hard werken is. Vooral (V)MBO leerlingen dromen van een carrière in de kunst of de sport, omdat zij – veroordeeld tot de school waarop zij terecht zijn gekomen – heel goed weten dat roem en rijkdom via de schoolloopbaan vrijwel uitgesloten zijn. (Dat is ook de reden waarom de misdaad op kansloze jongeren een grote aantrekkingskracht uitoefent: dan maar niet beroemd – en zelfs dat is met misdaadprogramma’s op TV niet uitgesloten –  maar in elk geval wel rijk.)

Optreden betaalt, maar het meest verdient de kunstenaar die iets heeft gemaakt dat vervolgens wordt ‘vermenigvuldigd en openbaar gemaakt’ Als schepper van een werk van kunstzinnige aard kun je een vergoeding vragen voor elke keer dat je werk wordt vertoond, uitgezonden, op Youtube te zien is, of tijdens de koorrepetitie wordt ingezongen. Alleen het ten gehore brengen in huiselijke kring is vrij van auteursrecht, voor alle andere uitingen moet worden betaald. Dat is ook waarom je daar als maker zo rijk van kunt worden. Niet omdat de vergoeding per keer zo hoog is, soms is dat maar een paar cent, maar omdat het om zulke gigantische aantallen kan gaan. Ooit trof ik een vrouw van wie de grootvader een schroef had uitgevonden. Hij kreeg jarenlang een piepklein bedragje (minder dan 1/10 cent) per verkochte schroef. Dat was met elkaar zo veel geld dat ook zijn kleindochter nooit meer hoefde te werken. Nu duurt in de industrie deze verdienste nooit langer dan 25 jaar (de maximale duur van een patent), maar auteursrecht blijft verschuldigd tot 70 jaar na de dood van de maker. Dat is ook waarom Hugh Grant in de film About a Boy met kerst zo innig tevreden door de mall wandelt als daar Jinglebell uit de luidsprekers komt, gemaakt door zijn vader. Auteursrecht maakt hebberig, ook bij erfgenamen. Zo vroegen de kinderen van Annie M.G. Schmidt in 2008 (12 jaar na haar dood) opeens geld aan kinderdagverblijven voor het voeren van de naam Dikkertje Dap of Minoes. Niet heel veel, maar toch wel € 350,- per jaar per kinderdagverblijf (maal een paar honderd dagverblijven ………..)

Nergens is de inkomensverdeling zo scheef als in het auteursrecht. Een klein onderzoekje bij de vergoedingen van het leenrecht leerde dat daar 81% van alle opbrengsten terecht komt bij 6,8% van alle rechthebbenden, of omgekeerd dat 19% van alle inkomsten verdeeld moet worden onder 93% van de rechthebbenden De top 10% uitkeringsgerechtigden krijgen 1.466 keer zoveel als de onderste 10%. (Lira Bulletin, nr. 25, april 2008; de andere gegevens komen van het CBS 2009 (Nederland) en de Wereldbank (Brazilië). Ik heb daar ook persoonlijk ervaring mee omdat er van mij maar liefst drie boeken in de openbare bibliotheek staan en ik daar jaarlijks een vergoeding van € 0,83,- voor mocht ontvangen, totdat de stichting LIRA geheel terecht besloot pas tot uitbetaling over te gaan als de verkregen rechten meer dan € 5,- zouden bedragen.

Inkomensverdeling auteursrecht

Leeswijzer: Aan de onderkant verdient 10% van de Nederlandse bevolking 3% van alle inkomen, terwijl de 10% aan de top 20% van alle inkomen krijgt. In Nederland verdient de top 10% zeven keer zoveel als de onderste 10%, in Brazilië is dat 35 keer zoveel en bij leenrecht 1.466 keer zoveel.

Michael Jackson verdiende het jaar na zijn dood $ 275 miljoen, meer dan enig levende artiest (met uitzondering van Oprah Winfrey) en meer dan alle dode beroemdheden bij elkaar. Hoewel ook Elvis Presley nog altijd meer dan $ 42 miljoen (2009) per jaar ‘verdient’, zoals is terug te vinden op de Forbes site ‘Top-earning dead celebrities’.

http://www.forbes.com/2010/10/21/michael-jackson-elvis-presley-tolkien-business-entertainment-dead-celebs-10-intro.html

Op deze site wordt ook toegelicht dat jong sterven goed is voor het inkomen na de dood, omdat een vroege dood mensen tot koop aanzet (Dying Young as a Career Move). Nu gaan deze bedragen slechts gedeeltelijk naar de erfgenamen (al krijgt Lisa Marie Presley het wel van twee kanten, haar vader en haar ex-man..!) , het grootste deel verdwijnt in de zakken van de uitgever/platenmaatschappij Sony en een beetje in die van het ABP, dat voor 500 miljoen muziekrechten heeft gekocht, waaronder ‘Dangerous’ en ‘You are not alone’. Het ABP is uiterst tevreden over de opbrengst van 8% – 12% (DNB magazine nr. 6, 2009, blz. 20-30) over de hele auteursrecht portefeuille.

Kern van mijn betoog is dat de popmuziek, film en TV wereld het grote graaien in de wereld op gang hebben gebracht. Stel je bent directeur van Shell, Philips, Unilever of, minder grootsprakig, van een goed streekziekenhuis. Dan denk je na een tijdje toch….’Hoe moeilijk is dat nu helemaal, zo’n liedje? Of met je leuke smoeltje een beetje op het witte doek paraderen…? Als ik bedenk hoeveel verantwoordelijkheid ik heb, niet alleen voor de huidige 35.000 medewerkers, maar ook voor hun kinderen, voor de toekomst van de gloeilamp… de energievoorziening in grote delen van de wereld….de gezondheid in heel Noord Nederland …..het is toch niet helemaal eerlijk……’.

Is de kiem van de jaloezie eenmaal gelegd, dan is er zonder ingrijpende therapie vaak weinig meer tegen opgewassen. Dan wil je zelf ook meer, dan ga je deze zinnen niet alleen maar denken, dan spreek je ze ook uit. Dan rechtvaardig je je bonus, je spreekt er je Raad van Commissarissen op aan. Die zijn het vervolgens roerend met je eens, want ook zij vinden van zichzelf dat zij veel meer verantwoordelijkheid dragen dan pak hem beet, Jantje Smit, Henk Westbroek of Rengedeng Guus Meeuwis. De één commissaris bij de ander en de ander bij de één, zo heeft de top van het bedrijfsleven zijn inkomens weer een beetje in lijn weten te brengen met de top van de muziek en de film.

http://www.vno-ncw.nl/Publicaties/ForumVideo/Pages/Auteursrecht_niet_meer_van_deze