Wat moet een Republikein met een Koninklijke onderscheiding?

Afgelopen vrijdag 27 april mocht ik uit handen van Burgemeester Van der Laan de versierselen voor het Ridderschap in de orde van Oranje-Nassau ontvangen. Voor deze ‘lintjesregen’ waren maar liefst 67 gedecoreerden aanwezig op een marathonzitting van bijna 3 uur in de Beurs van Berlage. Eenieder kreeg een korte persoonlijke motivatie van ruim 2 minuten. Degenen die mij beter kennen, vroegen zich acuut af waarom ik als overtuigd republikein die onderscheiding had geaccepteerd. Was ik niet aan mijn stand verplicht hem – liefst ostentatief – te weigeren? Mooi niet dus. Ik heb mijn decoratie met trots en dankbaarheid aanvaard. De reden? IJdelheid doet vanzelfsprekend zijn duit in de zak, maar zeker zo belangrijk is het besef dat je met een weigering niet de Koningin treft, maar al degenen die hun best hebben gedaan hem voor je aan te vragen. Uit de mooie ondersteunende motivatiebrieven had de Kanselarij der Nederlandse Orden in het bijzonder mijn inzet om de cultuur te verbinden met het bedrijfsleven als motief genoemd. Ik ben alle ondersteuners dankbaar voor de lof en moeite.

De bijeenkomst was indrukwekkend. Het eerste wat opviel was de grote vrolijkheid die er van begin af aan (aanwezig: 8.30 uur) in de Beurs heerste. Gedecoreerden mochten elk maximaal 6 mensen meenemen, dus de zaal was goed vol. Iedereen blij. Zeker zo indrukwekkend was het brede palet van mensen dat werd geëerd, de spreekwoordelijke vrijwilligers in buurt, zorg en sport, maar ook veel dokters en tandartsen voor baanbrekend onderzoekswerk  (opvallend veel kankerbestrijding) en nogal wat kunst en cultuur onder wie Hans Croiset, Cor Bakker, Angela Groothuizen, Hans Nieuwenhuis (Opera Studio) en Toer van Schaik (hij kreeg de Zilveren Medaille van de Stad Amsterdam). Een eervol ensemble. Een goede verdeling man/vrouw, een mooie vertegenwoordiging van Surinaamse gedecoreerden, nogal wat protestanten, weinig moslims en katholieken.
Ben ik nu Republikein af? Zeker niet. Ik heb in mijn leven de Koningin al tot tweemaal toe verzocht het Paleis op de Dam terug te geven aan de gemeente Amsterdam, waarbij ik bij de eerste keer eind jaren zeventig (zij was toen nog prinses) met harde hand uit het Paleis werd gezet en zij bij de tweede keer vooral inging op het probleem van de asbestverwijdering. Wanneer zich opnieuw een gelegenheid voordoet zal ik in vol ornaat en met alle Ridderlijkheid die daarbij past dit verzoek ten derde male doen, opdat het meest doodse gebouw aan het meest doodse plein van Nederland, de Dam, dagelijks bruist van leven en gezelligheid en niet alleen als de Turkse president Abdullah Gül op bezoek is.